Insuline respons test
Artikel
Louisette Blikkenhorst
Artikel
08/01/2026
9 min

Insulineresistentie herkennen vóór de diagnose: een praktijkgids voor professionals

08/01/2026
9 min

Een cliënt heeft een normale nuchtere bloedglucose, geen prediabetes-diagnose en toch alle signalen van een lichaam dat moeite heeft met koolhydraten: hardnekkig buikvet, energiedips na de maaltijd, moeilijk afvallen ondanks een correcte aanpak. Voor gezondheidsprofessionals is dit een bekend maar lastig te duiden beeld. De standaard bloedwaarden, zoals nuchtere glucose en HbA1C, bevinden zich binnen de referentiewaarden, terwijl het klinische plaatje iets anders laat zien. Insulineresistentie ontwikkelt zich langzaam gedurende een periode van maanden tot jaren voordat het zichtbaar wordt in enkel glucosemetingen. Dit artikel laat zien welke signalen en biomarkers eerder dan nuchtere glucose al een beeld geven van insulineresistentie en hoe je die combineert tot een onderbouwd vermoeden, ruim voordat er sprake is van prediabetes of diabetes type 2.

Samengevat: insulineresistentie herkennen in vier punten

  • Nuchtere bloedglucose is een laat signaal. Het lichaam compenseert insulineresistentie jarenlang met extra insulineproductie, waardoor de glucosewaarde lang normaal blijft terwijl de onderliggende resistentie al aanwezig is.
  • De TyG-index (triglyceriden-glucose-index, verwant aan maar accurater dan de simpeler TG/glucose-ratio) en HOMA-IR brengen insulineresistentie eerder in beeld dan enkel een nuchtere glucosemeting, ook bij mensen met een normaal gewicht.
  • Klinische signalen zoals acanthosis nigricans (donkere verkleuring van de huid), een verstoorde vetverdeling rond de taille en energiedips na de maaltijd zijn waarneembaar ruim voordat afwijkingen in bloedwaarden ontstaan.
  • Vroege herkenning helpt je om eerder bij te sturen, waardoor insulineresistentie makkelijker omkeerbaar is en ernstiger problematiek wordt voorkomen.

Waarom nuchtere glucose insulineresistentie zo lang verhult

Om te begrijpen waarom insulineresistentie vaak onopgemerkt blijft, helpt het om het compensatiemechanisme weer even voor ogen te hebben:

Stap 1: cellen worden minder gevoelig voor insuline.

Bij insulineresistentie reageren spier-, vet- en levercellen minder goed op insuline. De glucoseopname in deze weefsels, normaal gestuurd via GLUT4-transporters, verloopt trager. Er is meer insuline nodig om dezelfde hoeveelheid glucose in de cel te krijgen.

Stap 2: de alvleesklier compenseert met meer insuline.

De bètacellen in de pancreas reageren op deze verminderde gevoeligheid door meer insuline aan te maken. Zolang die compensatie lukt, blijft de bloedglucose binnen de normaalwaarden. Dit is precies waarom een cliënt jarenlang een 'normale' nuchtere glucose kan hebben terwijl de insulineresistentie al volop aanwezig is.

Stap 3: pas als de compensatie tekortschiet, stijgt de glucose.

Pas wanneer de bètacellen de vraag niet meer kunnen bijbenen, of wanneer de insulineresistentie verder toeneemt, begint de nuchtere glucose te stijgen. Dat is meestal het moment waarop de reguliere diagnostiek aanslaat, met prediabetes of type 2-diabetes als uitkomst.

Wat dit betekent voor de praktijk: een cliënt kan zich, biochemisch gezien, jarenlang in een fase van gecompenseerde hyperinsulinemie bevinden voordat dit meetbaar wordt in de standaardwaarden. Wie alleen op nuchtere glucose screent, mist deze hele fase. En dat is een gemiste kans, want in deze fase levert bijsturen het meeste op.

Welke biomarkers veranderen eerder dan nuchtere glucose?

Nuchtere glucose reageert pas laat op insulineresistentie. Een aantal andere metingen brengt insulineresistentie eerder en preciezer in beeld.

Nuchtere insuline en HOMA-IR.

HOMA-IR (Homeostasis Model Assessment for Insulin Resistance) wordt berekend uit nuchtere glucose en nuchtere insuline en maakt de compensatiefase zichtbaar die bij glucose alleen verborgen blijft. Een verhoogde nuchtere insuline bij een nog normale glucose is het patroon dat wijst op insulineresistentie.

De TyG-index.

De triglyceriden-glucose-index, berekend uit nuchtere triglyceriden en nuchtere glucose, is inmiddels breed gevalideerd als marker voor insulineresistentie en is goedkoper en toegankelijker dan een insulinebepaling[1]. Onderzoek laat zien dat de TyG-index verhoogd kan zijn en dus een verhoogd risico signaleert, ook bij mensen met op zich normale nuchtere triglyceriden- en glucosewaarden[2]. Dat maakt de index bruikbaar juist in de groep die er op basis van de standaard labbepalingen 'gezond' uitziet. Verwant aan de TyG-index is de simpeler triglyceriden (TG)/glucose-ratio.

Triglyceriden (TG)/HDL-ratio.

Een oplopende TG/HDL-ratio hangt samen met een stijgende HOMA-IR. In onderzoek naar kinderen met overgewicht was de kans op insulineresistentie in de hoogste tertiel van de TG/HDL-ratio circa 2,5 keer hoger dan in de laagste[3]. Deze ratio is met een standaard lipidenprofiel al te berekenen, zonder aanvullende test.

Taille/lengte-ratio.

Visceraal vet, het vet rond de organen in de buikholte, is metabool actiever en meer geassocieerd met insulineresistentie dan totaal lichaamsgewicht. De taille/lengte-ratio is een eenvoudige, goedkope maat die dit signaleert en presteert in onderzoek beter dan BMI in het voorspellen van insulineresistentie, ook bij mensen met een normaal gewicht[4]. Deze ratio werkt als volgt:

  • Meet de tailleomtrek in centimeters.
  • Deel dit getal door de lichaamslengte in centimeters.
  • De uitkomst is de taille/lengte-ratio.

Dit betekent de uitslag:

Vrouwen:                                                                       Mannen:

Minder dan 0,49: laag risico                                           Minder dan 0,53: laag risico

Tussen 0,49 en 0,53: matig verhoogd risico                  Tussen 0,53 en 0,57: matig verhoogd risico

Boven 0,53: ernstig verhoogd risico                              Boven 0,57: ernstig verhoogd risico

Wat dit betekent voor de praktijk: een combinatie van nuchtere insuline, TyG-index of TG/HDL-ratio en taille/lengte-ratio geeft een aanzienlijk vollediger beeld dan nuchtere glucose alleen en is met reguliere labwaarden en een meetlint al goeddeels op te bouwen. In mijn boek Het Keto Health Plan vind je nog veel meer informatie over insuline en het meten daarvan.

Klinische signalen die eerder zichtbaar zijn dan bloedwaarden

Naast biomarkers zijn er lichamelijke signalen die in de praktijk vaak eerder opvallen dan een afwijking in bloed en die het vermoeden op insulineresistentie kunnen onderbouwen.

  • Acanthosis nigricans. Deze donkere, fluweelachtige verkleuring van de huid, meestal in de nek, oksels of liezen, is een van de meest onderzochte klinische aanwijzingen voor insulineresistentie. Onderzoek bij kinderen met obesitas laat zien dat de aanwezigheid van acanthosis nigricans in combinatie met een verhoogde BMI samengaat met een prevalentie van insulineresistentie tot 80 procent[5]. Het is geen diagnostisch bewijs, maar wel een sterk signaal om verder te kijken.
  • Skin tags. Deze kleine, zachte huiduitstulpingen (fibromen) in de hals, oksels of andere huidplooien komen vaak samen voor met acanthosis nigricans en delen dezelfde onderliggende link met chronisch verhoogde insuline. Hoe meer skin tags iemand heeft, hoe groter de kans op onderliggende insulineresistentie. Op zichzelf is een enkele skin tag geen signaal, maar meerdere in combinatie met andere signalen uit deze lijst maken het de moeite waard om verder te kijken.
  • Vetverdeling rond de taille die niet in verhouding staat tot het totale gewicht. Ook bij cliënten die op de weegschaal 'normaal' scoren, kan een uitgesproken middelomvang wijzen op visceraal vet en een verhoogd risico.
  • Energiedips en concentratieverlies na de maaltijd. Een sterke bloedglucosepiek gevolgd door een scherpe daling, vaak ervaren als vermoeidheid of 'brain fog' een uur of twee na het eten, past bij een systeem dat moeite heeft glucose efficiënt te verwerken.
  • Sterke, terugkerende trek naar koolhydraten of suiker, kort na een maaltijd. Dit patroon hangt vaak samen met reactieve schommelingen in bloedglucose en insuline.
  • Moeilijk afvallen ondanks een op het oog kloppende aanpak. Wanneer insuline chronisch verhoogd is, blijft de vetverbranding geremd. Dit verklaart waarom cliënten soms weinig resultaat zien, ondanks een voedingspatroon dat laag in koolhydraten is.

Wat dit betekent voor de klinische praktijk: geen van deze signalen is op zichzelf doorslaggevend, maar wanneer twee of meer samen optreden, is dat een gegronde reden om insulineresistentie te vermoeden.

Wanneer is dit fysiologisch en wanneer een reden tot actie?

Niet elke schommeling in bloedglucose of insuline wijst op een probleem. Na een koolhydraatrijke maaltijd stijgt insuline bij iedereen en dat is een normale, functionele respons.

Het onderscheid zit in het herstel. Bij een gezond systeem daalt de bloedglucose binnen een tot twee uur weer naar de uitgangswaarde en normaliseert de insuline mee. Bij een systeem dat richting insulineresistentie beweegt, blijft de insuline langer verhoogd, ook tussen de maaltijden door, en wordt de compensatie een permanente belasting in plaats van een tijdelijke aanpassing.

Om insulineresistentie betrouwbaar in kaart te brengen, geeft een patroon over tijd, gecombineerd met klinische signalen en de anamnese (denk aan eetpatroon, familiaire belasting, slaapkwaliteit, beweegpatroon en stressniveau), een veel beter beeld dan één momentopname. Er bestaan inmiddels ook testmethoden die deze respons over tijd inzichtelijk maken in plaats van een momentopname te geven, zoals de Insuline Respons Test. Door op meerdere momenten kort na elkaar glucose en insuline te meten, in plaats van één keer nuchter, ontstaat een curve die laat zien hoe insuline reageert op een glucosebelasting: hoe hoog het oploopt en hoe snel het weer terugkeert naar de basislijn. Verderop in dit artikel lees je hoe je hiermee in de praktijk kunt werken.

Wat kun je als professional doen? Een stappenplan

Stap 1: Vraag insulineresistentie standaard uit bij de intake, ook zonder klachten.
Vraag naar familiaire belasting, vetverdeling, energieverloop na maaltijden en eetpatroon.

Stap 2: Kijk verder dan nuchtere glucose alleen. 
Overweeg aanvullende metingen zoals nuchtere insuline, HOMA-IR of de TyG-index, zeker bij cliënten met risicofactoren maar een op het oog normale glucose. Voor een vollediger beeld van de insulinerespons over tijd kan een test die op meerdere momenten meet, zoals de Insuline Respons Test, aanvullend inzicht geven. Deze test meet glucose en insuline nuchter en vervolgens op vaste momenten na een gestandaardiseerde glucosebelasting, via een vingerprik met een speciaal meetapparaat, en levert een insuline responscurve op in plaats van een enkele glucose- of insulinewaarde.

Stap 3: Neem lichamelijke signalen serieus. 
Acanthosis nigricans, skin tags, een ongunstige taille/lengte-ratio of terugkerende energiedips kunnen lichamelijke aanwijzingen zijn voor insulineresistentie.

Stap 4: Combineer meetgegevens met het verhaal van je cliënt.
Eén afwijkende waarde is een signaal, geen diagnose. Zet de biomarkers naast slaap, beweging, stressniveau en voedingspatroon voor een compleet beeld.

Stap 5: Stuur op leefstijl voordat medicamenteuze interventie nodig is. 
De fase van gecompenseerde insulineresistentie is het moment waarop voedings- en leefstijlaanpassingen het meest opleveren, omdat de bètacellen nog niet zijn uitgeput.

Stap 6: Herevalueer met dezelfde markers, niet alleen met nuchtere glucose. 
Gebruik bij vervolgmetingen dezelfde combinatie van biomarkers als bij de start, zodat verbetering ook zichtbaar wordt voordat de glucosewaarde meebeweegt.

Veelgestelde vragen over vroege insulineresistentie

Kan iemand insulineresistent zijn met een volledig normale nuchtere glucose?

Ja. Zolang de bètacellen de verminderde gevoeligheid compenseren met extra insulineproductie, blijft de glucosewaarde binnen de normaalwaarden. Dit is de fase waarin aanvullende markers zoals HOMA-IR, TyG-index of insuline responscurve waardevol zijn.

Is de TyG-index betrouwbaar bij mensen met een normaal gewicht?

Ja, onderzoek laat zien dat de TyG-index en de combinatie met taille/lengte-ratio ook bij normaal gewicht insulineresistentie kunnen signaleren, wat met BMI alleen wordt gemist.

Is acanthosis nigricans altijd een teken van insulineresistentie? 

Niet uitsluitend, maar de associatie is sterk onderbouwd, vooral in combinatie met overgewicht. Het is een reden om verder te kijken, geen op zichzelf staande diagnose.

Hoe vaak moet je deze markers herhalen om een trend te zien? 

Een eenmalige meting geeft een momentopname. Voor een betrouwbaar beeld is bij meting van losse waarden een herhaling na enkele maanden, gecombineerd met de klinische signalen, beter dan één losse waarde. Een insuline respons test geeft de trend direct al duidelijk weer omdat het de reactie van insuline op glucose weergeeft.

Werken met de Insuline Respons Test?

De biomarkers en klinische signalen in dit artikel maken een deel van die blinde vlek zichtbaar, maar wie insulineresistentie in de eigen praktijk wil meten en interpreteren, heeft meer nodig dan een enkele bloedwaarde.

De Insuline Respons Test meet, in tegenstelling tot een reguliere bloedafname, niet één moment maar een verloop. Na een nuchtere startmeting van glucose en insuline krijgt de cliënt een gestandaardiseerde hoeveelheid glucose, waarna op een paar vaste momenten opnieuw glucose en insuline worden gemeten, verspreid over ongeveer twee uur. Zo ontstaat een curve die laat zien hoe snel insuline stijgt en hoe snel het weer daalt, in plaats van een los getal dat net zo goed toeval kan zijn. Dat verloop maakt compensatiepatronen zichtbaar, zoals een insulinewaarde die te langzaam terugkeert naar de basislijn of te hoog oploopt na glucosebelasting. De test verloopt via een vingerprik en wordt gemeten met een speciaal meetapparaat, de EasyReader+®, zonder laboratorium of wachttijd.

In de Training Insuline Respons Test van Ketogeen Instituut Nederland leer je de test zelfstandig afnemen, insulinepatronen herkennen en op basis van een insulinecurve een onderbouwd advies formuleren voor je cliënt. De eerste trainingsronde start op 4 september 2026.

Meer informatie en aanmelden voor de Training Insuline Respons Test

Dit artikel is gebaseerd op actuele wetenschappelijke inzichten in insulineresistentie en de jaaropleiding Ketogene Metabole Therapie van Ketogeen Instituut Nederland. De informatie is uitsluitend bedoeld voor gezondheidsprofessionals en vervangt geen individueel medisch advies. Raadpleeg altijd een gekwalificeerde zorgverlener voor patiëntspecifieke toepassingen.

Wetenschappelijke bronnen

1.    Sun Y, Ji H, Sun W, An X, Lian F. Triglyceride glucose (TyG) index: A promising biomarker for diagnosis and treatment of different diseases. Eur J Intern Med. 2025 Jan;131:3-14. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/39510865/

2.    Wang Y, Cheng T, Zhang T, Guo R, Ma L, Zhao W. Association of triglyceride glucose index with incident diabetes among individuals with normal fasting triglycerides and fasting plasma glucose values: a general population-based retrospective cohort study. Front Endocrinol (Lausanne). 2025 Jun 16;16:1598171. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC12206639/

3.    Iwani NA, Jalaludin MY, Zin RM, Fuziah MZ, Hong JY, Abqariyah Y, Mokhtar AH, Wan Nazaimoon WM. Triglyceride to HDL-C Ratio is Associated with Insulin Resistance in Overweight and Obese Children. Sci Rep. 2017 Jan 6;7:40055. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC5216403/

4.    Lechner K, Lechner B, Crispin A, Schwarz PEH, von Bibra H. Waist-to-height ratio and metabolic phenotype compared to the Matsuda index for the prediction of insulin resistance. Sci Rep. 2021 Apr 15;11(1):8224. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC8050044/

5.    Bhagyanathan M, Dhayanithy D, Parambath VA, Bijayraj R. Acanthosis nigricans: A screening test for insulin resistance - An important risk factor for diabetes mellitus type-2. J Family Med Prim Care. 2017 Jan-Mar;6(1):43-46. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC5629898/


Categorieën